Gepubliceerd op 08 september 2010
achtergrond
Het platteland dreigt nog stiller te worden
Zo langzamerhand is er een hele berg rapporten over: bevolkingskrimp. Vooral de regio’s aan de randen van Nederland krijgen ermee te maken. Tijd voor actie, zegt wethouder Sicco Boorsma van de gemeente Dongeradeel. Maar zover is nog niet iedereen: ‘Veel gemeenten zitten nog in de ontkenningsfase.’
U kunt dit artikel alleen lezen als u abonnee bent van SC. Klik hier voor meer informatie over een (proef-)abonnement.
De gemeente Bronckhorst is de ontkenningsfase al voorbij. Nu zijn er, verdeeld over 43 kernen, 38.000 inwoners, maar in 2030 zullen dat er volgens de toekomstvisie Blijvend Bronckhorst zo’n 4.000 minder zijn. Daarin staan een aantal ambities en maatregelen, enigszins vergelijkbaar met wat Dongeradeel onderneemt. De woningbehoefte verandert; er komen relatief meer ouderen, dus er is behoefte aan levensloopbestendige woningen. Om de kwaliteit van de dorpen en het landschap op peil te houden valt de keuze bij eventuele nieuwbouw eerder op inbreiding en vervanging dan op uitbreiding. Grote voorzieningen als zwembad, sporthal en winkels hebben het draagvlak nodig van een groot aantal inwoners en worden daarom geclusterd in de drie grootste kernen. Werkgelegenheid moet vooral worden ontwikkeld in de sectoren zorg/wellness en toerisme en cultuur, passend bij het karakter van de streek, met als trefwoorden rust, ruimte en onthaasting.
Inmiddels is gebleken dat het met de krimp waarschijnlijk harder gaat dan was voorzien. De gemeente werkt daarom alweer aan een nieuw plan, Toekomstbestendig Bronckhorst, om de consequenties daarvan in kaart te brengen. Eind dit jaar of begin volgend jaar is dat gereed. ‘Wat de krimp uiteindelijk gaat kosten hebben we nog niet echt in beeld,’ meldt de woordvoerster van de gemeente. ‘Minder bouwen, meer zorg door vergrijzing, minder paspoorten uitgeven, minder leges, minder gebruik van voorzieningen die in exploitatie even duur blijven, het is zo breed over het totale terrein van de gemeente, dat kunnen we nog niet goed overzien.’
Rapporten over krimpIn november vorig jaar kwamen Rijk, provincies en gemeenten met het ‘Interbestuurlijk Actieplan Bevolkingsdaling’, genaamd Krimpen met kwaliteit, waarin ze aangeven hoe ze de gevolgen van krimp willen opvangen. De komende dertig jaar krijgt volgens de nieuwste prognoses zo'n veertig procent van de gemeenten met een daling van het aantal inwoners te maken, soms meer dan vijf procent. Het actieplan roept gemeenten in krimpregio's op om tijdig te onderkennen dat krimp onomkeerbaar is. Ze moeten niet gaan concurreren om inwoners en bedrijven, maar samenwerken en regionale actieplannen opstellen. Verder stelt het actieplan dat wet- en regelgeving ‘krimpproof’ moet zijn en dat bij de verdeling van geld rekening moet worden gehouden met de kosten die krimpregio's moeten maken.
Eveneens eind vorig jaar bracht de Raad voor het Landelijk Gebied het advies Kansen voor een krimpend platteland uit. De conclusie: het platteland ontgroent en vergrijst meer dan de steden, terwijl ook de bevolkingsdaling zich daar het eerst manifesteert. Daarom is een ‘fundamentele herijking’ van het plattelandsbeleid nodig, onder meer door de kwaliteit van de groene ruimte te verbeteren en aandacht te hebben voor leefbaarheid op het platteland.
In april kwam het LEI met het onderzoek Bevolkingsontwikkeling op het platteland, 1980-2025.Daarin wordt een minder somber beeld geschetst. De bevolking blijft in de meeste provincies groeien. In Friesland zal sprake zijn van stabilisatie, terwijl alleen Limburg met een daling te maken krijgt. Wel zal de bevolking in minder verstedelijkte gemeenten afnemen.
Begin augustus stuurde minister Van der Hoeven van EZ het onderzoek Ondernemend met krimp! naar de Kamer. Hierin beschrijft Berenschot dertien ‘inspirerende voorbeelden’ van nieuwe economische activiteiten in gebieden die te kampen hebben met krimp, aangevuld met een long list van 49 andere initiatieven.
Vindplaatsinformatie
Copyright © 2008 Sdu Uitgevers b.v. Alle rechten voorbehouden.