Gepubliceerd op 30 juni 2010
achtergrond
Tijd voor Transitie: een turbo-regeerakkoord voor een duurzaam Nederland
Terwijl regeerakkoorden in Nederland uitdijen tot vuistdikke contracten waarin de kleinste pietluttigheden worden vastgelegd, hadden de nieuwe Britse coalitiepartners niet meer dan vier A4-tjes nodig om tot overeenstemming te komen over een diepgaand hervormingsprogramma. Zou zo’n turboakkoord ook in Nederland niet wenselijk zijn gezien de bijna onmogelijke puzzel die de kiezers hun politieke vertegenwoordigers hebben meegegeven op 9 juni? Aan de hand van gesprekken met deskundigen stelden we een ultrakort regeerakkoord samen voor een kabinet dat werk maakt van een duurzaam Nederland.
U kunt dit artikel alleen lezen als u abonnee bent van SC. Klik hier voor meer informatie over een (proef-)abonnement.
De specialisten die ten behoeve van dit duurzame regeerakkoord werden geconsulteerd, zijn in alfabetische volgorde: Elco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland, Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), Joop Hazenberg, oprichter van de onafhankelijke denktank Prospect, onderzoeker Eric Melse van Nyenrode Business Universiteit, Rien Meijerink, voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, en tot slot Jan Rotmans, directeur van het Nederlands instituut voor duurzame transitie Drift van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Daarnaast putten wij veel inspiratie uit de nimmer aflatende stroom wenken aan de formateur zoals die dezer dagen worden gelanceerd door tal van belangenorganisaties.
De specialisten van onze klankbordgroep leverden hun ‘input’ allemaal op hun specifieke terrein en kunnen geenszins verantwoordelijk worden gesteld voor de totale inhoud van dit alternatieve regeerakkoord. Die komt geheel ter verantwoordelijkheid van de redactie en heeft slechts de bedoeling als bron van inspiratie te fungeren tijdens de komende, zich ongetwijfeld nog lang voortslepende (in)formatieronde.
Als arbeidsmodule bij het regeerakkoord gold een kabinet dat zich richt op een ingrijpend hervormingsprogramma in het teken van verduurzaming, waarbij het gaat om bestendiging van de relatie mens-milieu, maar ook verduurzaming van de mens zelf (onderwijs en zorg). Waar het om gaat is tegenwicht voor de desintegratie zoals die zich begint af te tekenen binnen de Nederlandse samenleving anno 2010. Gezien de gefragmenteerde machtsverhoudingen enerzijds en de urgente sociale en economische vraagstukken anderzijds, is zo’n duurzaamheidskabinet meer dan ooit een reële – zo niet de enige – optie.
Elco Brinkman ‘De staat is geen bank’
'We zullen er allemaal rekening mee moeten houden dat we meer moeten gaan
betalen voor wonen. Nu de overheid ook minder te besteden heeft om te
investeren, moeten we investeerders niet ontmoedigen maar stimuleren. Ik weet
toevallig dat institutionele beleggers zoals de pensioenfondsen graag willen
investeren in de woningmarkt, maar dan moeten wel betere huurrendementen te
behalen zijn. Pensioenfondsen moeten tenslotte 7 procent rendement aan
gepensioneerden laten zien. Ik denk dat overheid en markt meer samen op moeten
trekken voor de gebieden waar dat kan, in de duurzame woningbouw en de
energiebesparende bouw bijvoorbeeld. We zouden toe moeten naar veel meer delen
van de zeggenschap en het rendement. We hebben in Nederland de neiging heel
ideëel te praten over marktwerking, waardoor de markt afhaakt. Tien jaar geleden
investeerden pensioenfondsen nog in sociale woningbouw, maar door een straf
huurbeleid zien ze daar nu vanaf. Je kunt ook een markt creëren.
Een ander punt is dat de sociale huursector in Nederland veel groter is dan in de ons omliggende landen. Uit berekeningen blijkt dat bijna 700.000 mensen in sociale woningbouw wonen die meer verdienen dan de sociale huurgrens. We moeten toe naar een sociale huursector die echt alleen is voor de mensen die geen woning kunnen betalen. Dat betekent dat scheefwoners tot doorgroei gestimuleerd moeten worden via een nieuwe woning die ze aangeboden krijgen of omdat ze hun huurwoning kunnen kopen. Nu wordt door scheefgroei een te groot beslag gelegd op de collectieve uitgaven. Datzelfde geldt eigenlijk voor de hypotheekschulden die nu volledig worden afgetrokken. De staat is niet een permanente bank van lening.’
Joop Hazenberg ‘De vervuiler betaalt’
‘Het nieuwe kabinet moet producenten dwingen te streven naar ecologisch
evenwicht, sociale rechtvaardigheid en welzijn in hun productieproces. Leidend
principe moet zijn: de vervuiler betaalt, ook voor het uitstoten van CO2.
Tegelijk moet het kabinet het gebruik van duurzame goederen stimuleren. Er moet
een verwijderingsbijdrage komen voor (kantoor)gebouwen en energieverbruik wordt
zoveel mogelijk ingeperkt, bijvoorbeeld via “ slimme meters” en verplicht
dubbelglas. Er gaat veel meer geld naar onderzoek en een gerichte ontwikkeling
van bronnen van duurzame energie, zoals offshore wind en de bioketen.
Het corporatistische Nederlandse stelsel loopt hopeloos achter bij de
ontwikkelingen in de samenleving: denk alleen al aan de miljoen zzp’ers die hier
inmiddels rondlopen en voor wie binnen de huidige organisatie van de
verzorgingsstaat nauwelijks een plek is. Gesloten machtsbolwerken als de SER en
het CPB moeten plaatsmaken voor open kennisinstituten. Het aantal
rijksambtenaren kan worden gehalveerd tot 60.000, de minister-president moet
gekozen en de Tweede Kamer kan een stuk kleiner en moet via een regionaal
stelsel naar Engels model gekozen. Provincies en waterschappen kunnen worden
vervangen door een nieuw stelsel van regio’s. Met een actief Europees
migratiebeleid moet de komende krimp van de Nederlandse beroepsbevolking met een
miljoen personen worden ondervangen. De verzorgingsstaat moet worden vervangen
door een participatiestaat.'
Eric Melse ‘Paars Plus is het meest geloofwaardig’
‘Het volgende kabinet moet krachtdadig regeren met visie, beleid en durf, maar
lijkt daarin belemmerd te worden door de huidige samenstelling van de Eerste
Kamer. Alleen aandacht voor beleidsprioriteiten zal Nederland behoeden voor
politieke chaos of verlamming. Het Groningse onderzoeksbureau Decide kwam op
grond van een vergelijking tussen de partijprogramma’s uit op een kabinet met
VVD, PvdA en CDA. Zo‘n “nationaal kabinet” heeft nu een ruime meerderheid van 49
zetels in de Eerste Kamer. De vraag is echter of dit zo blijft na de Provinciale
Statenverkiezingen op 2 maart 2011 en de Eerste Kamerverkiezingen daarna op 23
mei 2011. Ik denk van niet.
De coalitie moet worden gesmeed uit visie, beleid, durf en
doorzettingsvermogen.
Het Paars Plus-kabinet met VVD, D66, PvdA en GroenLinks blijft ook na de
Decide-analyse voor mij de meest voor de hand liggende coalitie omdat deze
partijen beleidsmatig het dichtst bij elkaar staan, zoals uit mijn onderzoek
blijkt. Zorg, bijvoorbeeld, is nadrukkelijk belangrijker voor de VVD dan voor
het CDA.’
Rien Meijerink ‘Zorginfarct voorkomen door
gedragsbeïnvloeding’
‘In de heroverwegingsrapportages van de ambtelijke werkgroepen staan wat betreft
de curatieve en de langdurige zorg zeer bruikbare ideeën voor bezuinigen in de
zorg. In grijpende veranderingen vind je in de RVZ-discussienota Zorg voor je
gezondheid! Daarbij gaat het niet zozeer om bezuinigen, waarvoor mijns inziens
overdreven aandacht bestaat, als wel richtsnoeren voor een te maken
kwaliteitsslag. De focus moet verschuiven van zorg en ziekte naar gezondheid en
gedrag. Er moet veel meer aandacht komen voor preventie door middel van
gedragsbeïnvloeding, bijvoorbeeld op het terrein van het roken. Voor zo’n aanpak
is een andere rol vereist van de verschillende professionals. In onze notitie
Zorg voor je gezondheid! signaleerde de RVZ al dat er ingrijpende aanpassingen
nodig zijn om een zogeheten “zorginfarct” te voorkomen. Dit geldt zowel voor de
organisatie en de inrichting van de voorzieningen als voor de financiering. De
noodzaak voor verandering is extra groot door de aanstaande krapte in de
zorgbudgetten en op de arbeidsmarkt. De RVZ zal in augustus de Strategische
Zorgagenda 2010 – 2020 presenteren, en wat ons betreft mondt dat uit in een
convenant tussen de sector en het kabinet. Diagnose en behandeling, ook de
specialistische, moet eerder, sneller en beter. Een van de mogelijkheden is het
inrichten van laagdrempelige inloopcentra voor welzijn en zorg, waar relatief
simpele medische controles worden uitgevoerd en mensen advies kunnen krijgen
over eten en bewegen. Gemeenten en zorgverzekeraars betalen deze centra.
Daarnaast kan gespecialiseerde medische zorg worden aangeboden in circa vijftig medisch-specialistische netwerken die ontstaan in plaats van de huidige ruim honderd klinische ziekenhuizen. Deze netwerken staan in direct verband met de huisarts. De mogelijkheden van Gezondheid 2.0 moeten maximaal worden benut door zowel zorgvrager als –aanbieder.’
Jan Rotmans ‘Hypotheekrenteaftrek koppelen aan vergroening’
‘Nederland heeft een uitstekende economische uitgangspositie als we kiezen voor
een nieuwe, groene industriepolitiek. In de Transitieagenda voor Nederland die
ik onlangs heb gelanceerd stel ik voor om te komen tot een actieplan om
woningen, kantoren en scholen in tien jaar tijd energieneutraal te maken. Dat
plan brengt per jaar 50.000 nieuwe banen met zich mee, dat zijn er in tien jaar
een half miljoen. Daarvoor is een investering nodig van gemiddeld 20.000 euro
per woning. Dat is 140 miljard euro in totaal, en dat bedrag heeft zich in tien
jaar al terugverdiend. Die investering moet niet zozeer worden opgebracht door
de overheid als wel door de particuliere sector en het bedrijfsleven, door
woningbezitters en energiebedrijven. Er moet naar voorbeeld van inmiddels vele
Europese landen onmiddellijk een feed in-tarief worden ingevoerd voor
particulieren en bedrijven die zelf schone energie opwekken en daarvoor dient de
energiemarkt te worden opengebroken. De hypotheekrenteaftrek moet afhankelijk
worden gemaakt van de bereidheid te investeren in het energieneutraal maken van
de woning. Zo beloon je mensen die bereid zijn te investeren in vergroening.’
Robbert Dijkgraaf ‘Een orkest vraagt om een bevlogen
dirigent’
‘Op het gebied van kennis zal het nieuwe kabinet moeten komen tot een
strategische agenda voor de langere termijn, waarmee de diverse instellingen
moeten worden verlokt om meer en beter met elkaar samen te werken. Met de
motie-Hamer heeft Nederland zich plechtig voorgenomen om terug te keren in de
mondiale top-5. Dat is gezien het vele talent dat hier rondloopt heel wel
mogelijk en niet alleen een kwestie van geld. Even belangrijk is dat Nederland
zijn profiel aanscherpt en dus meer dan tot nu toe durft te benoemen wat onze
sterke punten zijn. Meer aandacht voor toptalent is essentieel, en ook meer
samenhang in wetenschappelijk onderzoek. Universiteiten moeten de moed opbrengen
om meer met elkaar samen te werken en niet blijven hangen in hun deelbelang. De
zorg om toptalent te ontwikkelen is vooral ook een kwestie van ketenbeheer in
het onderwijs: er is een integrale visie nodig die alle trajecten van het
onderwijs met elkaar verbindt, van de basisschool tot het wetenschappelijk
onderwijs. Wat betreft het innovatiebeleid zullen eveneens veel scherpere keuzes
moeten worden gemaakt. Van de wispelturige wijze waarop de overheid nu
wetenschappelijk onderzoek stimuleert, door middel van de jaarlijkse verdeling
van de FES-gelden, die telkens weer naar een ander project gaan, worden zowel
wetenschap als bedrijfsleven horendol. Ook hier geldt dat er scherpere keuzes
moeten worden gemaakt en langer vastgezet. Er zal veel meer richting aan moeten
worden gegeven dan tot nog toe het geval was bij het Innovatieplatform: ik zie
een kabinet en ook de samenleving als een orkest, en het helpt als een orkest
een bevlogen dirigent voor zich heeft staan.’
Copyright © 2008 Sdu Uitgevers b.v. Alle rechten voorbehouden.